CoDiCheFay's

Over ons

Over ons

Franse Bullen Kennel Codichefay

Door mijn opleiding als hondentrimster liep ik stage bij een fokker van Poedels. Hier maakte ik het hele stadium van het fokken mee. Van het zoeken naar een geschikte reu, de dekking, geboorte pups, gezondheidsverklaren, en uiteindelijk naar de baasjes. Ik nam mijzelf voor dat als er ooit een gelegenheid voorbijkwam, ik hier iets mee wilde doen.

Een aantal jaren later kwam er geheel per ongeluk een Franse Bull in mijn leven en het was snel gebeurt. Ik was verliefd en besmet met het bullenvirus. Vrij snel kwam er een tweede en voor ik het wist had ik een gezellig roedeltje thuis lopen.  Er lopen momenteel 12 bulletjes bij mij thuis, een gezellige en doldwaze boel. Met een aantal van de bullen gaan wij soms naar een show, ik vind het erg belangrijk om te weten of mijn bulletje voldoet aan de rasstandaard en om te weten wat een raskenner van mijn offspring vind. Met deze wetenschap kan ik op zoek gaan naar een geschikte reu.

Onze bullen worden, voordat er mee gefokt word, eerst geheel nagekeken door een dierenarts. Dit om zoveel mogelijk de erfelijke afwijkingen uit te sluiten. De uitdaging voor mij is om bullen te fokken die zoveel mogelijk aan de rasstandaard voldoet. Momenteel heb ik 8 meiden rondlopen en allemaal zijn ze weer anders. De ene is iets te lang, de ander te kort en soms staan de oortjes niet zoals het moet. Ik probeer dat allemaal in mijn puppy’s te verbeteren.

Om zo veilig mogelijk te fokken kies ik vaak voor een outcross combinatie Dit betekend dat ik op zoek ga naar een reu met een volledig andere bloedlijn dan mijn teefjes. Outcross fokken is het veiligst qua gezondheid. Nadeel is dat je qua uiterlijk alle combinaties kunt verwachten.

Richard

Richard vind de bulletjes geweldig, maar houdt zich buiten alle fok en show gebeuren. Een dag show duurt hem te lang en is veel te saai, en van al die bloedlijnen en types weet hij al helemaal niets. Hij is meer de knuffelaar en een heerlijk kussen op de bank. Richard is erg handig en gaat ons oude huisje omtoveren in ons paleisje. Niet alleen voor ons, maar ook voor de bulletjes wordt het hier een waar paradijsje.

 

Cherelle

Cherelle is mijn dochter en is ook dol op de bulletjes. Graag gaat ze naar een show met de bulletjes in binnen en buitenland. Voor mij is het erg leuk dat de bulletjes gezien worden, ze showen niet zonder successen! Chudo ons reutje en Uraya wonen bij haar en worden daar heerlijk verwend.

 

Mijn fok ideeën

Onze bullen worden, voordat er mee gefokt wordt, eerst geheel nagekeken door een dierenarts. Dit om zoveel mogelijk de erfelijke afwijkingen uit te sluiten. De uitdaging voor mij is om bullen te fokken die zoveel mogelijk aan de rasstandaard voldoet. Momenteel heb ik 8 meiden rondlopen en allemaal zijn ze weer anders. De ene is iets te lang, de ander te kort en soms staan de oortjes niet zoals het moet. Ik probeer dat allemaal in mijn puppy’s te verbeteren.

Om zo veilig mogelijk te fokken kies ik vaak voor een outcross combinatie Dit betelend dat ik op zoek ga naar een reu met een volledig andere bloedlijn dan mijn teefjes. Outcross fokken is het veiligst qua gezondheid. Nadeel is dat je qua uiterlijk alle combinaties kunt verwachten.

Onderstaand een uitleg over outcross, lijnteelt en inteelt.

Als de stambomen naast elkaar worden gelegd kunnen er twee dingen blijken. Oftewel bij die 2x (2+4+8+16+32) hondennamen staan geen enkele dubbele, oftewel er komen geen namen overeen. In het eerste geval dan spreek je van een outcross. In het tweede geval gaat het technisch om inteelt. Hondenfokkers onderscheiden daarin nog de onder categorie lijnteelt. Je spreekt van outcross  als in de stamboom vn de vaderhond gen enkele naam staat die ook voorkomt bij de moederhond. Dat betekent dus dat de ouderdieren-althans binnen 5 generaties- geen familie van elkaar zijn. De ouderdieren zitten dan genetisch ook verschillend in elkaar.

Voor alle andere combinaties hanteert men het begrip lijnteelt. Daarbij vind je dus ergens in de stamboom aan vaders of moederskant een of meerdere namen meer dan een keer terug. De ouderdieren zijn in meer of mindere mate familie van elkaar. Waat fokkers naar op zoek zijn is een zo groot mogelijke voorspelbaarheid van het eindproduct. Combineren van fokdieren die 1 of meerdere voorouders delen vergroot de kans dat zij de pups die zij samen voortbrengen op die gezamelijke voorouders lijken. U begrijpt dat deze manier manier van fokken zeer interessant is. Hij kan redelijk voorspellen hoe de pups in een nest gaan worden. Als de fokker dit systeem verder doorvoert worden in zijn kennel op den duur pups geboren met in hoge mate dezelfde eigenschappen. Men spreekt dan van het opzetten van een ‘eigen lijn’ waarin bepaalde raskenmerken zeer sterk zijn vastgelegd. Helaas, fokken binnen één familie heeft ook een nadeel. 

De honden die meerdere malen in een stamboom voorkomen hebben namelijk niet alleen goede eigenschappen, maar zijn ook in staat een aantal ziekten te vererven. Elke hond draagt een stuk of tien genen voor ziekten bij zich. Dat is geen probleem, want een ziekte openbaart zich niet zolang er een gen voor gezondheid tegenover staat. Dat is normaal gesproken bijna altijd het geval. De kans dat een pup van zijn vader en moeder nou net hetzelfde ziekte-gen erft, en dus daadwerkelijk ziek wordt, is bij een outcross klein.
Bij een inteeltcombinatie (vader x dochter, zoon x moeder, halfbroer x halfzus) is de kans dat ziekten zich openbaren heel groot. Bij lijnteelt is die kans minder, maar is extra waakzaamheid wel op zijn plaats. Van een aantal erfelijkheidszaken kan de fokker op de hoogte zijn. Maar het is onmogelijk alles te weten. Er spelen immers zo ontzettend veel genen een rol en die blijven verborgen zolang die niet samen in een individu terechtkomen. Zelfs het maken van een pure inteeltcombinatie, wat fokkers wel eens bij uitzondering op proef doen, hoeft niet meteen tot inzicht te leiden.  Worden er pups met een afwijking geboren, dan is zeker dat de ouders drager daarvan zijn. Maar helaas: het omgekeerde geldt niet: een gezond nest uit een enkele proefparing wil niet zonder meer zeggen dat de ouders geen ellende te bieden hebben; het kan toevallig goed gegaan zijn.

Hondenfokkers spreken van inteelt als de eerste overeenkomende namen al opreden in de generaties van ouders of grootouders. Dat gebeurt dus als een reu met zijn dochter of moeder wordt gecombineerd of als een halfzus of-broer aan elkaar worden uitgehuwelijkt.

Fokken is gokken

Pas als een puppy helemaal is uitgegroeid weet je of je een goede combinatie heb gemaakt. Het belangrijkste vind ik, dat de pup gezond is en de pup een lief,rustig en eigenwijs bullenkarakter heeft. Als laatste vind ik het uiterlijk belangrijk, niet al mijn puppy’s zullen op shows hoog scoren. Maar voor de meeste baasjes maakt het ook niet uit of hun bulletje iets te lang is of dat hun oren niet geheel recht op hun hoofd staat. Voor hun is de gezondheid en het karakter het belangrijkste. Toch kijk ik zeker ook wel naar het uiterlijk. Een kampioens titel zegt mij niet veel, niet alle kampioenen vind ik mooi en deze titel zegt helaas niets over de gezondheid van het hondje.
Op shows wordt er gelukkig steeds vaker ook naar de gezondheid gekeken en niet alleen naar het uiterlijk.

Kleuren

Steeds vaker zie je op Marktplaats Franse Bulldog kleurtjes voorbij komen die niet bij dit ras horen. De fokkers doen voorkomen dat deze puppy’s erg bijzonder zijn en vragen hier door veel geld voor een puppy. Dit is niet ten goede van ons geliefde ras, deze kleuren hebben vaak problemen waar de goede fokker niet op zit te wachten. Een goede fokker wil fokken volgens de rasstandaard, deze is er niet voor niets, dit is om de Franse Bulldog te behouden en te beschermen.

Hier ziet u de verschillende kleuren van de Franse Bulldog die toegestaan zijn en die NIET toegestaan zijn.

Bont

Zowel gestroomd-bont als fawn-bont zijn toegestaan en hebben een middelmatig tot hoog aandeel wit

Gestroomd

Is zwart en fawn die samen in meer of mindere mate in een “streepjespatroon” (“brindle”) aanwezig zijn waarbij de zwarte kleur overheersend is.Beperkt wit is toegestaan. Jonge honden kunnen vaak nagenoeg geheel zwart zijn, op latere leeftijd zal deze echter wel stroming ontwikkelen. Geheel zwart is niet gewenst maar het is geen diskwalificerende kleur.

Fawn

Is effen en egaal reebruin met een kleurvariatie van rood tot lichtbruin (“café au lait”, alle nuances zijn toegestaan). Beperkt wit is toegestaan

Hieronder staan de NEK (niet erkende kleuren) die NIET gewenst zijn en de reden waarom

Helemaal wit

Kan het doven gen dragen en kan pups met blauwe ogen krijgen met als gevolg oogproblemen.

Lever | Chocolat

Heeft gele ogen dit kan vroege blindheid en juveniele cataract veroorzaken.

Black and Tan

Te dominante kleur om te combineren, als dit toegestaan is in het fokprogamma dan wil deze kleur gaan overheersen en zullen andere kleuren verdwijnen uit het ras.

Blauw en Muis

Hebben gele of groene ogen die zich kunnen ontwikkelen in blindheid. Kan huidpromblemen veroorzaken, Geleidelijke haaruitval begin al op jonge leeftijd en veroorzaakt droge schilferige huid en is gevoelig voor bacteriële infecties. Blauw mag niet worden geregistreerd als Fawn op een FCI stamboom.

Blue Merle | Choco Merle

Nog niet zo heel lang zijn er nu ook Bleu en Choco Merle fransjes in Omloop. Deze hondjes zijn vaak gekruisd met een Chi hua hua.

De bovenstaande informatie is overgenomen van de Franse Bulldog Club of America website van de AKC

Er is niets zeldzaam of ongewoons aan deze kleuren zoals hierboven vermeld. Ze komen niet vaak voor, omdat de goede fokkers deze kleuren niet wensen te fokken.  Ze zijn zeer waarschijnlijk opzettelijk met andere rassen gekruisd om deze kleuren te krijgen. Niet alleen de kleur is anders ook hebben ze vaak andere karakter eigenschappen.

Beschikbare pups

Onze Bullen

Laatste nieuws

error: De foto\'s zijn niet vrij voor gebruik!